29 december 2018

NRC: Jochem Myjer is niet meer alleen maar die vrolijke stuiterbal

Jochem Myjer keek de dood in de ogen, vocht keihard voor zijn herstel en staat nu 36 keer in Carré. Wat verklaart zijn succes? „Hij is een vechter en een pleaser.”

NRC | Anouk Kragtwijk

Een ongeleid projectiel, dat vond de huidige regisseur Jos Thie van Jochem Myjer na het zien van zijn voorstelling Yeee-Haa! (2004). Myjer was in die tijd ook een wervelwind. In het bekendste liedje van de komiek vertelt hij een verhaal over zijn moeder die denkbeeldig rustig ligt te slapen. Op YouTube is te zien hoe Myjer op zijn tenen naar haar toe sluipt en vervolgens headbangend heel hard in haar oor begint te zingen. „Wakker worden, wakker worden, wak-wak-wakker worden.” Hij klikt met zijn tong, schudt zijn schouders in twee seconden acht keer heen en weer en beweegt zijn hoofd hard van links naar rechts. Het is Jochem Myjer ten voeten uit, zijn onuitputtelijke energie is altijd zijn grootste talent geweest. Hij maakte er zelf talloze grappen over.

Vijftien jaar later staat Myjer met zijn zesde show Adem in, Adem uitvanaf 15 januari 36 keer in Carré. Met de voorstelling won de komiek in 2018 de Poelifinario in de categorie ‘entertainment’. Myjer is in Adem in, Adem uit nog steeds een vrolijke energieke stuiterbal. Hij danst op hardrock, doet in de eerste vijftien minuten vol overgave een sla-centrifuge, kettingzaag, cassettebandje en autorem na, lanceert medeklinkers als een katapult uit zijn mond en schiet met zijn mimiek van de ene naar de andere grimas. „Hij doet aan topsport volgens topsporters”, vertelt zijn toneelmeester Ramon Snel. „Phillip Cocu zat in de zaal. Hij zei hem: je speelt twee voetbalhelften en dat drie avonden achter elkaar. Sommige topsporters vragen hem: wat eet jij in de pauze? Ik zou als ik jou was meer eiwitten eten. Om reserves aan te vullen.”

Maar vervlochten tussen de gekke typetjes, carnavalskrakers en energieke dansjes zitten in Adem in, Adem uit ook verstilde momenten. Naar die rust zijn Myjer en zijn regisseur bewust op zoek geweest, al wordt Myjer ook door het noodlot tot rust gedwongen. De komiek ontdekt in 2011 een tumor in zijn nek. Goedaardig, maar de prognoses waren niet positief. Bijna niemand komt ongedeerd uit een dergelijke operatie, concludeerdede Volkskrant in profiel van Myjer: „Een vrouw had hem een mail gestuurd, waaruit bleek dat de tekst was getikt met een penseel in de mond. De rest van haar lichaam was verlamd.” Myjer houdt er ‘enkel’ energieverlies aan over. „Ik had ooit twintig batterijen, nu twee”, vertelt hij in veel interviews.

Het is eigenlijk een bizar verhaal, vindt DJ en schoolvriend Armin van Buuren. „Dat juist iemand die bekendstaat om zijn energie, gepakt wordt op zijn energie.” Van Buuren heeft diep respect voor het revalidatieproces van Myjer. „Als je Jochem ergens om wilt bewonderen, doe dat dan om hoe hard hij heeft gevochten om terug te komen. Het is ontroerend hoe streng hij voor zichzelf is. Hoe hij zichzelf heeft gepijnigd met fysiotherapie en trainingen, hoe moe hij vaak is na een show en toch door beukt.”

Myjer heeft er een bijna ascetisch bestaan voor over om drie keer per week op het podium te knallen. Op een dag waarop hij moet optreden slaapt hij drie keer tussendoor, doet hij aan yoga en zwemmen, gaat hij naar de sauna en houdt hij vast aan een strak ritme op de avond van de show. Om vier uur komt hij het theater binnen. Vijf uur eet hij stipt met zijn crew. Precies een half uur later gaat Myjer slapen op de stretcher die hij heeft meegenomen. Tien voor zeven wordt hij wakker. De soundcheck is van zeven tot kwart over zeven. Tien over half 8 pakt de Leidenaar een touwtje en springt hij zich drie minuten warm. Twee minuten later gaat de zaal open.

Waarom al die moeite? Myjer is niet alleen een vechter, hij is ook een intrinsieke pleaser, vertellen de mensen om hem heen. Een leven zonder het publiek te vermaken, is geen leven voor Myjer. Vilein en scherp zijn, is wat veel cabaretiers nastreven. De Leidenaar niet. Tekenend is de vraag die hij halverwege zijn eerste show aan het publiek stelt: „Willen jullie nog een inhoudelijk maatschappijkritisch politiek geëngageerd saai langdradig kutverhaal horen?”

Volgens de recensie in NRC doet Myjer aan feelgood-cabaret. In Adem in, Adem uit begint hij met een lied dat als refrein heeft: ik heb zo’n zin in de lente. In die show verklaart hij de liefde aan de Nederlandse natuur. Als hij grappen over mensen vertelt, maakt hij er vaak nog een liefdevolle opmerking achteraan. Toneelmeester Snel: „Het kan zijn dat je zijn grappen niet heel leuk vindt, maar zijn optimisme is aanstekelijk. Ik geloof dat mensen dat in deze tijd nodig hebben.”

Voor zijn publiek gaat hij ver. Een scène na zijn show in Groningen op 13 december illustreert dat. Jochem Myjer heeft net Adem in, Adem uitgespeeld in de uitverkochte MartiniPlaza, zijn derde voorstelling die week. De foyer loopt niet leeg, veel mensen staan aan een tafel, vaak zonder drankje. Ze kijken schichtig om zich heen: hij komt toch wel, hij komt immers altijd. De witte deur aan de rechterkant zwaait open, in een blauw T-shirt loopt Myjer uit de artiestenfoyer. Als een zwerm vliegen stuiven kinderen, mannen en vrouwen op hem af. Tien minuten langt deelt de komiek handtekeningen uit aan kinderen. Volwassenen die – vaak gegeneerd – om een foto vragen, omarmt hij lachend.

Bij elke handtekeningsessie staat naast Myjer, Bob: vriend, chauffeur en kok. In zijn hand heeft Bob een telefoon. Tien minuten krijgt Myjer om zijn fans te spreken, daarna leidt Bob hem weer naar de kleedkamer. „Hij moet soms tegen zichzelf in bescherming worden genomen”, zegt zijn regisseur. „Hij is na drie shows echt bekaf maar zou gerust uit zichzelf nog een uur bij zijn publiek blijven staan.”

Volgens velen is dat de werkelijke reden achter zijn succes. Ontmoet je Jochem Myjer, dan loopt je met hem weg, legt zijn manager Robert-Jan Veen uit. Mensen om hen heen noemen hem „een heel lieve man”, „een fijn mens”, „heel zorgzaam”. Robert-Jan Veen: „In elk theater kent hij de directeur, de secretaresse of de koffiejuffrouw, ook nog drie jaar later. Hij heeft echt een groot hart, ik denk dat mensen dat voelen.”

Zijn aimabele uitstraling zorgt er ook voor dat hij heel goede mensen aan zich kan binden. Essentieel voor een cabaretier die niet enkel met een technicus en een regisseur aan zijn show werkt, maar in totaal twintig mensen inhuurt voor zijn voorstelling. Elke discipline – geluid, licht, video – heeft een ontwerper. Daarnaast heeft hij een choreograaf en een regisseur. Snel: „Hij zorgt goed voor zijn mensen: regelt goed eten, aparte hotelkamers, deelt royaal uit en als er iets met je is, vraagt hij daar meteen naar. Tegelijkertijd eist hij perfectie van zijn team, maar mensen willen ook hard voor hem werken.”

Zijn voorstellingen zijn steeds spectaculairder geworden. Myjer is meer uit gaan pakken met lichtshows, projecties en prachtige decors. Zijn vriend Armin van Buuren componeerde de openingstunes. Als schrijver heeft hij zich ook ontwikkeld de afgelopen jaren. Thie: „Hij is een steeds betere verhalenverteller geworden.” Myjer combineert in zijn laatste voorstelling zijn herinneringen aan Texel, aan de cyclus van het leven waar geboorte en de dood een wezenlijk onderdeel van zijn. Uitspraken en scènes uit het begin komen aan het einde van de show terug.

Volgens zijn regisseur zal hij altijd blijven slijpen. Myjer is een perfectionist. Thie: „Hij kan geen mindere voorstelling geven. Hij gaat altijd voor een tien en geeft echt alles.” Juist daarom omringt hij zich met kritische mensen. In een podcast met Maaike Ouboter vertelt Myjer dat zijn huidige creatieve team niet echt onder de indruk was toen ze hem jaren geleden voor het eerst zagen in Carré. „Het dak ging eraf die avond. Maar na afloop stonden wat ontwerpers zuchtend bij elkaar. Vonden jullie het leuk, vroeg ik. Ze zeiden: jij hebt talent, maar voor de rest is het amateuristisch. Mijn manager zei: met die lui gaan we niet werken. Ik heb toen gezegd, met die lui gaan we juist wel werken.”

Ook kritische recensenten vraagt hij om extra commentaar. Hij is met zijn regisseur Jos Thie gaan werken, ook al twijfelde die erg aan de samenwerking. „Ik deed geen cabaret en ik vond hem dus een stuiterbal. Maar mijn kinderen waren zo enthousiast over hem dat ik dacht; deze man moet een fenomeen zijn.”

En dat is hij. 36 keer Carré doen niet veel mensen hem na. Thie: „Al zal hij gesloopt zijn als het voorbij is.”

Foto: Anne Reitsma
Contact